Als ik mensen in coachingsgesprekken vraag wat hen het meeste energie kost, krijg ik negen van de tien keer als antwoord: ‘Het trekken aan mensen die niet willen veranderen’ of anders geformuleerd: het trekken aan een dood paard. Logisch dat dat energie kost, een paard is namelijk hartstikke zwaar!

Uiteraard is het niet netjes om je patiënten/cliënten, (of  je collega’s of partner) te beschrijven als een dood paard, maar net als bij andere spreekwoorden gaat het hier om het gevoel dat wordt opgeroepen. Net als dat je bij een juk op je schouders, een dolk in je hart of een brok in je keel niet echt iets in of op je lichaam hebt. Dus laten we de beeldspraak even aanhouden:

Wat zijn ‘dode paarden’ in dit verband eigenlijk?

Vaak kan dat van alles zijn: een collega die vasthoudt aan zijn eigen werkwijze, je klanten, cliënten of patiënten die je goede adviezen negeren en maar vast blijven houden aan hun bezwaren. Of je partner die vooral komt met bezwaren tegen jouw, uiteraard gewéldig leuke plannen. De meest vervelende ‘dode paarden’ zijn vaak de mensen die niet zozeer iets anders willen, maar vooral níét willen wat jij wilt.

Hoe komt het nou dat mensen niet gewoon gezellig meedoen? Waarschijnlijk heb jij zelf het idee dat wat jij voorstelt of uitlegt volstrekt helder en logisch is. Zo moeilijk is het niet toch? Gewoon doen wat je voorstelt: jij weet waar je het over hebt en jouw oplossing of idee werkt gegarandeerd. Beter wordt het toch niet. Dus waarom nu zo moeilijk doen???

Vrijwel altijd komt dat niet doordat mensen jou niet begrijpen, maar omdat mensen het idee hebben dat jij hen niet begrijpt. En zolang je hen niet begrijpt verzetten ze zich tegen het aannemen van wat jij denkt.

In de Transactionele Analyse gebruiken ze een mooi model: Het Ouder-Volwassene-Kind model. In de Transactionele Analyse wordt het model verder uitgewerkt, maar deze simpele aangepaste versie maakt duidelijk hoe mensen elkaar kunnen beïnvloeden. Het  is gebaseerd op de verdeling van verantwoordelijkheid.

De drie rollen werken als volgt op elkaar in:

Copyright Psychologenpraktijk Flonker

Als je je verantwoordelijk voelt voor jezelf én voor de ander zit je in de ouderrol. Je kunt dingen overnemen van de ander, je zorgen maken, de controle willen houden enzovoorts. Al het gedrag waarbij je zowel voor jezelf als voor de ander denkt of handelt valt hieronder.

Als je je alleen verantwoordelijk voelt voor jezelf, zit je in de volwassene rol. Het gaat hier om wat jij graag wilt en wat jij belangrijk vindt. Dit klinkt vrij egoïstisch, maar deze rol is heel erg belangrijk. In een relatie met anderen is het belangrijk om aan te kunnen geven wat jij wilt en belangrijk vindt. Door beide dit aan te geven, kun je vervolgens kijken naar een oplossing die voor beiden werkt.

Maar het kan ook zijn dat je geen verantwoordelijkheid ervaart, dat je het gevoel hebt dat de ander bepaalt en dat je daar niks tegenin kunt brengen. Of dat je onrecht wordt aangedaan en je je machteloos, niet gezien of niet belangrijk voelt. Dan zit je in je kindrol. Als je snel in deze rol schiet en je snel het gevoel hebt dat wat je zegt niet belangrijk is, is er meestal sprake van een overlevingspatroon. Mensen raken je dan op een emotionele blauwe plek. Bijvoorbeeld op het gevoel dat je niet goed genoeg bent of dat je lastig bent.

Omdat dit zo’n vervelend gevoel is, reageert je lichaam met een verdedigingsstrategie. Het kan zijn dat je jezelf groter maakt dan hoe je je voelt en stelling gaat nemen. Hierin kun je de overlevingsstand ‘Fight’ herkennen uit het rijtje Fight/Flight/Freeze & Faint. Door je groter te maken kom je in de ouderrol: je zult de ander eens even duidelijk uitleggen dat het zo niet werkt! Je wilt de situatie naar je hand zetten om zo weer een veilige situatie te krijgen en je niet meer zo vervelend te voelen.

Je ziet dit patroon bijvoorbeeld bij kibbelende echtparen: ‘Jij zou de vaatwasser uitruimen’, ‘Ja maar jij zou de was doen’, ‘Ja maar jij….’. Beide partners voelen zich niet gehoord (dat voelt naar) en proberen dat vervelende gevoel te overrulen door de aanval (ouderrol) te kiezen. Dit gekibbel kan de hele dag doorgaan, maar echt gelukkig word je er niet van!

Een andere optie als je in de kindrol zit en je aangevallen, niet begrepen of niet belangrijk voelt, is om je terug te trekken. Dat klinkt alsof je in de kindrol blijft zitten, maar hiermee bepaal je voor de ander dat hij geen invloed meer heeft. Je stapt uit de relatie.

Ook dit zie je in relaties: als één van beiden heel boos wordt of veel vraagt, kan de ander het gevoel krijgen dat hij onder druk komt te staan en het gevoel krijgen dat hij het niet kan. Om dat onmachtige en beklemmende gevoel te verminderen sluit hij (of zij uiteraard) zich af. Voor de andere persoon is dit heel erg frustrerend: hij kan zijn boodschap niet kwijt en voelt zich afgewezen of niet belangrijk. Deze persoon schiet dan uit de ouderrol (vragen stellend/eisend/bepalend) in de kinderrol (afgewezen, niet belangrijk). Om dit vervelende gevoel te hanteren zal hij nog meer zijn best doen om gehoord te worden en nog eisender/bepalender worden. Waardoor de ander zich weer in het nauw gedreven zal voelen, zich nog meer terug zal trekken (bepalend voor de relatie en dus in de ouderrol) en zo is de dubbele vicieuze cirkel rond.

Vaak werkt het op dit moment alleen maar om een time-out te nemen. Beiden te bedenken wat wil ik nu eigenlijk (volwassene rol) en dan opnieuw in gesprek te gaan.

Terugkomend op het dode paard:

Als mensen zich (passief) verzetten, zitten ze in de ouderrol (bepalend) omdat ze ergens in geraakt zijn (kindrol). Ze kunnen het gevoel hebben dat ze niet gehoord worden, dat ze niet belangrijk zijn, dat ze niet kunnen waarmaken wat je van ze vraagt en zij zich machteloos, klein of in de hoek gedrukt voelen.

Over het algemeen is het zo, dat hoe groter de pijn is in de kindrol, hoe sterker de reactie in de ouderrol. Dat betekent ook dat mensen die heel erg bepalend en controle zoekend zijn, vaak een onderliggend sterke kindrol voelen.

Het nadeel van steeds heen en weer gaan tussen de kind- en de ouderrol is dat het heel veel energie kost. En dat je in beide gevallen niet helemaal jezelf kunt zijn. Dat betekent dat het ook lastig is om ontspannen en blij te zijn. Het lijkt meer op overleven dan op leven. Je kunt er daarom vanuit gaan dat iemand die heel bepalend is of op slot schiet/zich terug trekt, het niet voor zijn lol doet, maar als reactie op zijn (of haar) omgeving. En die omgeving: dat ben jij in dit geval!

Dus je hebt invloed op een ander!

Je beste kans om een goed en constructief gesprek met de ander te hebben, is te zorgen dat je zelf in de volwassene rol gaat zitten.

Nu zul je misschien denken dat je in de volwassene rol zit. Dat kun je makkelijk testen: voel je je rustig? Kun je kijken naar de pijn van de ander en betrek je het niet op jezelf (dat de ander het je lastig maakt bijvoorbeeld)? Dan zit je in de volwassene rol.

Om iemand uit de ouderrol in de volwassenrol te krijgen is het belangrijk dat je hem of haar serieus neemt in zijn kindrol. Ga ervan uit dat er een belangrijke reden is dat iemand dwars gaat liggen, niet meer benaderbaar is of op slot schiet..

Verleg de focus van het dode paard naar het trekken

Stop met trekken, maar ga naast ‘het paard’ zitten om te kijken of er toch nog wat leven in zit. Kijk naar de wens om te veranderen: ‘waar leeft iemand van op’? Wanneer voel je contact? Iemand moet zich eerst gezien, gehoord en gesteund voelen. Of, zoals Stephen Covey het zegt: eerst begrijpen, dan begrepen worden.

Als de ander zich serieus genomen voelt, kan hij of zij de volwassene rol invullen en kun je het hebben over wat jullie beiden willen (of wat de doelen voor de hulpverlening zijn).

Overigens is het benoemen van wat je wel wilt en wat je belangrijk vindt een uitdaging op zich! Maar daarover een andere keer.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *